Onbevangen luisteren

Samson Tsoy en Pavel Kolesnikov over het Ragged Music Festival

23 maart 2023
Tekst: Myrthe Meester

Klassieke muziek voorbij verwachtingspatronen, persoonsverheerlijking en glamour. Dat is de insteek van het intieme, informele Ragged Music Festival, in Londen opgericht door de bevriende Russische pianisten Samson Tsoy en Pavel Kolesnikov. Na drie bejubelde Londense edities strijkt het avontuurlijke kamermuziekweekend neer in het Muziekgebouw met een programma vol visioenen, transformaties en een centrale rol voor de late Sjostakovitsj.

“Als musicus droomde ik altijd al van een context waarin ik me volledig kon concentreren op mijn eigen ideeën. Waar het niet om glamour draait, maar puur om de muziek”, vertelt pianist Pavel Kolesnikov (1989), die opgroeide in Siberië en momenteel in Londen woont. De karige, ietwat verwaarloosde Victoriaanse klaslokalen van het Ragged School Museum in Londen bleken de ultieme locatie om deze fantasie te realiseren.

In 2018 organiseerde hij daar samen met de bevriende pianist Samson Tsoy (geboren in Kazachstan en eveneens in Londen gevestigd) de eerste, onofficiële editie van het Ragged Music Festival. “In eerste instantie was het alleen bedoeld voor een kleine kring van vrienden. We deden alles zelf, van het klaarzetten van de stoelen tot het ontwerpen van het programma en het samenstellen van het repetitierooster. Dat gaf het festival een heel persoonlijke sfeer."


foto: Joss McKinley

Elektrische lading
Toen ze het Ragged Music Festival in 2019 openden voor een groter publiek, bleek precies die glamourloze, informele sfeer – waarbij niet de artiesten centraal staan, maar hun gezamenlijke onderdompeling in een gewaagd, compromisloos kamermuziekprogramma – bijzonder aan te slaan. Britse kranten als The Guardian en The Independent bekroonden het festival unaniem met vijf sterren en prezen de enorme intensiteit van de uitvoeringen en de elektrische lading tussen de – veelal bevriende – musici. “Onze uitvoerenden zijn ontzettend goed,” zegt Kolesnikov, “maar het programma draait niet om één of twee grote namen die zoveel mogelijk publiek moeten trekken. Onze insteek is minder commercieel: we vertrekken vanuit het repertoire, niet vanuit de individuele artiest. We programmeren dan ook nauwelijks solo-optredens. Er klinkt vooral kamermuziek, waarbij een kleine groep musici samenspeelt in verschillende combinaties.”

'We vertrekken vanuit het repertoire, niet vanuit de individuele artiest'


Dit jaar zijn Alina Ibragimova (viool), Mario Brunello (cello), Elena Stikhina (sopraan) en Slagwerk Den Haag uitgenodigd als gastmusici. Maar oprichters Tsoy en Kolesnikov zullen zelf het meest te horen zijn: zij participeren in alle zeven concerten van het festivalweekend. Tsoy beaamt dat dat heel intensief is. “Maar we zijn niet non-stop aan het spelen, hoor”, stelt hij gerust. “Het lijkt meer op een opera, waarbij je afwisselend het podium opkomt en weer afgaat voor een korte pauze.”

Spirituele ruimte
Voor de Amsterdamse editie van het festival lieten Kolesnikov en Tsoy zich inspireren door de bijzondere architectuur van het Muziekgebouw. “Het is een mysterieus gebouw”, vindt Kolesnikov. “Staat het op het land? Drijft het op het water? Of hangt het in de lucht?” Dat gevoel je in een tussentoestand te bevinden, hoorden de pianisten terug in de visionaire muziek van de late Sjostakovitsj, die zij centraal stellen in hun programmering. “Hoe vaker je ernaar luistert, hoe buitenaardser deze klinkt”, aldus Kolesnikov. “Het is muziek waarin de spirituele ruimte tussen leven en dood wordt afgetast. Voor zulke overgangsmomenten en transformaties heeft Sjostakovitsj in zijn laatste jaren een prachtige eigen taal ontwikkeld, minimalistisch en sober, maar bij vlagen transcendent.”


foto: Joss McKinley

Tijdens het festival staan delen uit 24 Preludes en Fuga’s, liederen, de Vioolsonate en de Vijftiende symfonie van de late Sjostakovitsj op het programma. Kolesnikov: “De symfonie vormt het centrum van het festival, omdat het misschien wel Sjostakovitsj’ meest raadselachtige compositie is.” Het uitgebeende werk wordt uitgevoerd als afsluiting van de eerste festivaldag – niet in de Grote Zaal, maar in het rauwe Loading Dock van het Muziekgebouw. “De laad- en losplaats voelt minder verheven dan de concertzaal,” zegt Tsoy, “zodat mensen kunnen aarden en extra onbevangen kunnen luisteren.”


Ragged Music Festival Londen (foto Léa Thijs)

Geestverwanten
Ook geestverwanten van de late Sjostakovitsj komen ruimschoots aan bod. In het gewaagde openingsconcert wordt de laatste cellosonate van Beethoven gecombineerd met de grimmige Vioolsonate van Sjostakovitsj en de beukende, modernistische Zesde pianosonate van diens leerling Oestvolskaja. “Door die combinatie valt extra op hoe ongeëvenaard en revolutionair de late Beethoven was,” vertelt Kolesnikov, “méér dan wanneer je hem in de vertrouwde context van de Weense Klassieken speelt.”

Ook andere programmaonderdelen breken met ingesleten luistergewoonten en verwachtingen. “Omringd door Bach, Janáček en Tavener zijn Rachmaninovs Symfonische dansen nauwelijks meer herkenbaar; ze blijken veel meer diepgang te hebben dan je misschien verwacht. En wanneer Mario Brunello zijn cello piccolo bespeelt, een zeldzaam barokinstrument, herontdek je Bachs beroemde Chaconne in een heel ander licht.” Deze onconventionele programmering maakt het Ragged Music Festival tot een spannende ontdekkingsreis, een uitnodiging om klassieke muziek op een geheel nieuwe, onbevangen manier te ondergaan.

Dit artikel verscheen eerder in DichtbIJ nr. 5 (apr 2023), het magazine voor Vrienden van het Muziekgebouw.