Ryoi Ikeda Studio

Sinustonen en witte ruis

Ryoji Ikeda - Audiovisueel kunstenaar

14 september 2023
door Jacqueline Oskamp

De artistieke zoektocht van geluidskunstenaar Ryoji Ikeda wordt aangedreven door de vragen ‘wat is geluid, wat is beeld en wat is werkelijkheid’. Fascinatie voor de kleinste eenheid is een motor.

Van flinterdunne elektronische bliepjes tot indrukwekkende interventies in de openbare ruimte – in dertig jaar tijd bouwde de Japanse kunstenaar Ryoji Ikeda (1966) aan een oeuvre op het snijvlak van kunst en wetenschap, dat hij over de halve wereld (Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Azië) exposeert. Zijn tweede lp +/- (1996) beschouwde hij zelf als zijn debuut als geluidskunstenaar. Het is zo minimal als minimal maar kan zijn: vanuit een paar elektronische tonen ontstaat een klankuniversum dat zo krachtig is dat er op YouTube tutorials staan die stap voor stap uitleggen hoe je zelf ‘een Ikeda’ maakt (‘analyze and recreate’). Bijvoorbeeld een clicksound (de klik van de computermuis) die versneld links-rechts over de stereo wordt gestuurd, gaat al aardig Ikeda-esque klinken. 


cover art van +/-

Het zegt iets over de populariteit van de vanuit Parijs opererende kunstenaar, die geregeld wordt uitgenodigd om voor drukbezochte plekken een klank-en-lichtspel te ontwerpen. The Radar, een werk dat hij in talloze versies op evenzovele locaties presenteerde, kreeg een spectaculaire gedaante op het strand van Rio de Janeiro (in het kader van de Biennale Otras Ideías para o Rio 2012). Na zonsondergang projecteerde hij een gigantisch grid op het strand, met daaroverheen de actuele stand van de sterren en planeten, en daarover bewegende lichtbalken als in een computermatrix. De ambient muziek die dit gelaagde visuele spel vergezelde, mengde subtiel met het geluid van de branding. Het was een publiekssucces: kinderen renden mee met de verschuivende lichtbalken, volwassenen vergaapten zich aan de mysterieuze metamorfose die hun omgeving onderging, jong en oud werden ondergedompeld in het geserreerde spektakel en daarmee deel van het kunstwerk – een belangrijke karakteristiek van Ikeda’s aanpak.




The Radar - Biennale Otras Ideías para o Rio (2012)

In 2014 kreeg hij de vrije hand op Times Square. Drie minuten lang, van 23.57 tot 00.00 uur, zette hij dit met reclame overgoten stukje Manhattan in strak zwart-wit. In de loop der jaren ontwikkelde hij grafische zwart-witpatronen in talloze, razendsnel in elkaar vervloeiende variaties: pianotoetsen, zebrapaden, barcodes, schaakborden, wat je er maar in wil zien. Deze liet hij nu haasje-over springen tussen de wolkenkrabbers, ondersteund door een geraffineerd geluidsdecor; een duizelingwekkend schouwspel.

test pattern (2014)

Van recenter datum is Ikeda’s grootste tentoonstelling tot dusver. In september 2021 exposeerde hij ruim twee maanden twaalf werken in The Strand in Londen. De bezoekers van dit industriële kunstcomplex zijn wel wat gewend op het gebied van zintuiglijke ervaringen, maar na het ondergaan van Ikeda’s audiovisuele labyrint ‘kunnen je ogen horen en je neus zien’, volgens de journalist van The Wallpaper. Ook de verslaggever van The Guardian stond te tollen op haar benen na het zien van de expositie: ‘To infinity and beyond: The spectacular sensory overload of Ryoji Ikeda’s art’ luidde de kop boven haar artikel. 

Het wereldwijde succes van Ikeda is opmerkelijk, omdat hij zelf consequent buiten beeld blijft. In ruim een kwart eeuw heeft hij maar een handvol interviews gegeven; op de zeldzame foto die van hem circuleert gaat hij schuil achter een muts en zonnebril; alleen op YouTube, waarop veel compilaties van zijn werk te vinden zijn, wil hij nog weleens een korte toelichting geven. Deze schuwheid is geen poging tot mystificatie. Ikeda heeft een glasheldere kijk op wat hem drijft, zoals blijkt uit die paar gesprekken die wél in druk zijn verschenen en waarin hij buitengewoon concreet en coherent vertelt over zijn eigen ontwikkeling.

Voor een kunstenaar is het kunstwerk een eindpunt, voor de bezoeker een startpunt

Als geestelijk vader van een kunstwerk wil hij de waarneming van de bezoeker niet sturen. Immers, voor een kunstenaar is het kunstwerk een eindpunt, terwijl het voor de bezoeker juist een startpunt vormt. ‘Een kunstwerk ondergaan zou een caleidoscopische ervaring moeten zijn, een beginpunt zonder einde dat uitnodigt vanuit verschillende invalshoeken en richtingen’, aldus Ikeda in een gesprek met de criticus Akira Asada, dat werd afgedrukt in de catalogus bij een overzichtstentoonstelling in Eye (2018) in Amsterdam.


Catalogusomslag tentoonstelling Rioji Ikeda in Eye (2018)

In Nederland is Ikeda al veel langer een bekend gezicht. Hij participeerde in festivals als Impakt, Rewire, STRP, Urban Explorer, Gogbot en Todays Art. Hij exposeerde in de Vleeshal en gaf concerten in Paradiso, Effenaar en Kikker en meer recent in het Amsterdamse Muziekgebouw. Rond 2000 was hij geregeld te vinden bij Steim, de Amsterdamse studio voor live elektronische muziek, waar hij samenwerkte met geestverwant Carsten Nicolai (Alva Noto), net als Ikeda een pionier op het gebied van de audiovisuele kunsten. Op YouTube zijn fragmentjes te vinden waarop Ikeda de fameuze kraakdoos van de elektronische componist Michel Waisvisz bespeelt, op de voor hem karakteristieke sobere manier. De krachtige beeldtaal van Ikeda ten spijt beschouwt hij muziek als de dragende factor van zijn werk. Toch was het nooit zijn intentie om muzikant te worden, vertelde hij in twee substantiële interviews die zijn opgenomen in de catalogus Continuum (2018). Later verdiepte hij zich in de westerse avantgarde: Stockhausen, Cage, Boulez, Russolo en Ligeti. De conceptuele denkwereld van John Cage zou een referentiepunt blijven. In 2010 maakte hij als eerbetoon 4’33’’: een wit vierkant met lege stroken celluloid die samen precies een lengte hebben van vier minuten en 33 seconden.


4'33" (2010)

Een keerpunt in Ikeda’s leven vormde het moment toen hij als technicus en producer toetrad tot het alternatieve (nog altijd actieve) kunstenaarscollectief Dumb Type in Kyoto. De omgang met getalenteerde kunstenaars uit verschillende disciplines die net als hijzelf kritisch stonden tegenover de Japanse maatschappij in de jaren tachtig (‘Alles was van plastic… geld, geld, geld…’) was zijn feitelijke leerschool. Met de opkomst van de laagdrempelige dj-cultuur zette Ikeda zijn eerste stappen op het muzikale pad. Hij mixte bossa nova en tribal music met abstracte elektronische klanken en hij experimenteerde met glitch, de storingsgeluiden die elektronische apparatengevraagd en ongevraagd produceren.

Dan was er nog een beslissende invloed vanuit de New Yorkse scene: in de Sound Factory hoorde hij geluidssystemen, zo krankzinnig hard dat ze hem letterlijk de adem benamen. ‘Ik voelde angst, fysieke angst.’ Desondanks zou hij in zijn latere werk vaak de grenzen aftasten van wat fysiek draaglijk is. Of dat nu een volume is dat het middenrif doet trillen, stroboscopisch licht dat de hersenen ontregelt of een verduisterde zaal die het oriëntatievermogen uitschakelt – een experiment waarbij hij zelf in paniek raakte.

Toen Ikeda in 1995 zijn eerste lp 1000 Fragments uitbracht, koesterde hij drie helden: de Bach-vertolker Glenn Gould als meester van de opnametechniek, de New Yorkse muzikant John Zorn die haarfijn het kruispunt van diverse muzikale genres wist te vinden en multi-talent Jim O’Rourke die de do-it-yourself-gedachte belichaamde. Maar hij realiseerde zich dat hij, zoals zoveel dj’s, kopje onder dreigde te gaan in ‘de oceaan van muzikale mogelijkheden’. Ikeda besloot rigoureus het andere uiterste op te zoeken.

De eerdergenoemde lp +/- uit 1996 is uitsluitend gebaseerd op sinustonen en witte ruis – het meest basale geluid denkbaar, waar geen copyright op rust en dat twee extremen vertegenwoordigt: de sinustoon is strak gedefinieerd, witte ruis is chaos. Later zal Ikeda daaraan toevoegen: de sinustoon vertegenwoordigt de ratio, de witte ruis het gevoel, de romantiek van een continuüm. +/- is zijn handtekening, een album dat hij nog altijd als ‘tijdloos’ beschouwt. Vanaf dit moment staat zijn artistieke zoektocht in het teken van de reductie. Op de vraag ‘wat is geluid?’ (antwoord: sinustoon en witte ruis), volgt ‘wat is beeld?’ (antwoord: de pixel), en ‘wat is de werkelijkheid?’ (antwoord: data).

Het zijn deze uitgangspunten die hem tot een reeks kunstwerken inspireren – matrix, spectra, data matics, test pattern, time and space, the radar, micro|macro – die hij steeds verder blijft verfijnen en variëren, maar die allemaal voortspruiten uit die ene bron: zijn fascinatie voor de kleinste eenheid, die de essentie van ons universum vormt. Het werken met ‘data’, bij voorbeeld van weerstations, satellieten, financiële markten, brengt een wereld van visuele mogelijkheden met zich mee.

In 2014 neemt hij als artist in residence zijn intrek bij cern in Zwitserland. De hoeveelheden data die daar rondgieren zijn zo onbevattelijk groot dat hij doordrongen raakt van het fenomeen ‘big data’, dat hij probeert te verbeelden. ‘Size really matters when it comes to the reality of data’, zegt Ikeda. ‘Het gaat niet meer over het verschil tussen een schilderij van Picasso en een reproductie daarvan in een boek, maar het verschil tussen de menselijke maat en het astronomische of het subatomische.’ Die immense proporties brengt hij over in zijn audiovisuele installaties, waarin de bezoeker de eigen nietigheid ervaart in een gigantische dataflow, die onze alledaagse werkelijkheid weerspiegelt én de oneindigheid voelbaar maakt.


micro|macro (2018, foto: Zan Wimberley)

Zijn consequente zoektocht heeft hem uiteindelijk geleid naar de fundamentele wiskunde, een wereld die een obsessie voor hem werd. Rond 2008 voerde hij een correspondentie met de Franse wiskundige Benedict Gross over grote abstracties als priemgetallen, kardinalen en lege verzamelingen – ze dragen een schoonheid in zich die hij in de kunst niet eerder ervoer. De oneindigheid proberen te vatten, dat is het ideaal van de wiskundige. Ikeda: ‘Het onderzoek naar de oneindigheid, dat zich heeft ontwikkeld van de verzamelingenleer naar grote kardinalen, is een van de meest intensieve intellectuele ondernemingen die de mensheid ooit op zich heeft genomen, en het heeft een onbegrensde charme.’ Als voorbeeld noemt Ikeda het 41ste Mersennepriemgetal: ‘Voor mij als kunstenaar is dat een sensationele ontdekking, een cijfer dat verwant is aan een schitterend kristal.’

Het is een schoonheid die hij ook herkent in de vorm en structuren bij Bach, net als in de uit- spraak van Jorge Luis Borges, die meende dat de rechte lijn het ultieme labyrint vormt. Ondertussen heeft Ikeda in zijn verlangen tot de kern van de materie door te dringen een volgende stap gezet: sinds enkele jaren schrijft hij composities voor akoestische instrumenten. Geen elektronica meer, maar louter de stoffelijkheid van metaal, hout, haar en huid als bron van geluid. Na wat kleinere stukken voor slagwerk schreef hij in 2019 voor ensemble Les Percussions de Strasbourg het succesvolle 100 cymbals: tien maal tien bekkens, die in strak gelid staan opgesteld en op alle mogelijke manieren worden beroerd, gestre-ken, geslagen. Prachtig om te zien, betoverend om naar te luisteren.


100 cymbals (foto Henri Vogt)

In opdracht van het Muziekgebouw maakt Ikeda nu twee nieuwe werken voor de strijkers van Ensemble Modern. Vast staat dat het een onorthodoxe partituur oplevert: lange smalle repen papier als filmstroken. 

Dit artikel verscheen in de bijlage van de Groene Amsterdammer op 14 september 2023.

Ensemble Modern (foto Wonge Bergmann)

Ikeda: music for strings

Ensemble Modern

do 8 feb 2024 20:15 - 21:15